Goed genoeg is het nieuwe perfect

Er waren veel dagen vol ‘moeten’, vol van wat ik dacht dat er van mij verwacht was. Er was zoveel ‘moeten’ dat het leek alsof ik weinig zelf koos. Ik liet me leiden door wat hoorde en wat moest. Ik overleefde. Ik leefde het leven bijna van iemand anders, zonder echt te doen wat ik zelf wou. Want wat als ik niet aanvaard zou worden? Wat als ze zouden ontdekken dat ik niet perfect was?

Perfectionist zijn is perfect, toch ?

Ik pakte ermee uit op sollicitatiegesprekken. Als ze vroegen naar een ‘mindere eigenschap’. Antwoorde ik : ik ben een perfectionist’ (ik ging toch niet mijn echte zwakke punten toegeven, zeker?) Ik zag de overkant driftig goedkeurend knikken en was stiekem trots.Tegelijkertijd meende ik het ook echt wel een beetje, dat mijn perfectionisme een werkpunt was: ik ervaarde het soms echt als een ‘hinderlijk’ kantje.

Alles onder controle

Er waren zoveel dagen waarop ik in zak en as zat omdat mijn TO DO-lijstje 1 ding niet had kunnen afwerken. Een lijstje van 6 punten. Mijn man had optimistisch een lijstje van 9 punten (9 ? daar kreeg ik dus al stress van) en had er 5 gerealiseerd. Hij deed het met de vingers in de neus en liep nadien fluitend rond, tevreden met zijn prestatie.Ik stond erbij en ik keek er naar, vol onbegrip en zelfs jaloers op zoveel zelfvertrouwen.

Er waren vakanties die ik bijna uur per uur volplande en weekends.. Ook in het weekend regeerde ‘koning agenda’ mijn leven, ons gezinsleven. En van de strakke planning afwijken, dat ging niet. Zelfs al kwam er een andere suggestie die beter bij het moment of de weersomstandigheden paste. ‘Afspraak is afspraak’, punt uit. Discussie gelsoten!

Er waren dagen waarop ik mezelf nieuwe dingen ontzegde, omdat ik toch dacht dat ik het ‘niet goed genoeg’ kon. Knutselen en tekenen bv. deden me verkrampen, dus ik was absoluut NIET creatief. Daar was ik van overtuigd.

Er braken moeilijke dagen aan toen ik inzag dat 1 van mijn kinderen ook last had van perfectionisme, maar dan in een tegengestelde vorm: niet overpresteren, maar ‘onderpresteren’. Ze begint zelfs niet eens aan dingen, in de angst dat het toch niet perfect zal zijn. Compleet geblokkeerd en verkrampt en ondertussen maar heel de tijd vergelijken uiteraard met de beste van de klas. Heel intelligent, maar dat uit zich dus weinig in opdrachten op school. Ik worstelde er mee (en soms nog wel eens) dat ik dat als moeder niet heb zien aankomen en niet eens herkende. Ik dacht dat ze gewoon heel erg selectief was in waar ze zich voor wou inzetten.

Er waren vooral veel dagen vol ‘moeten’, vol van wat ik dacht dat er van mij verwacht was; Er was zoveel ‘moeten’ dat het leek alsof ik weinig zelf koos. Ik liet me leiden door wat hoorde en wat moest. Ik overleefde. Ik leefde het leven bijna van iemand anders, zonder echt te doen wat ik zelf wou. Want wat als ik niet aanvaard zou worden? Ik moest en zou perfect zijn.

Toen daagde het mij

Op een dag zag ik mijn perfectionisme recht in de ogen zoals het is: een aangeleerd verdedigingssysteem van vroeger. Iets dat ik ontwikkeld heb om mezelf te beschermen. “Tegen wat dan ?”, vraag je jezelf misschien af?Ik voelde de noden en wensen van iedereen in mijn dichte omgeving al van kindsbeen af goed aan. 'Dingend doen voor anderen' leverde me de aandacht op die ik nodig had. Al gauw legde ik de lat voor mezelf super hoog. Gaandeweg nam ik de pose van ‘altijd sterk’ aan, en begroef mijn eigen behoefte.n Ondertussen ging mijn faalangst hard tekeer achter dat stoere masker.

En uiteindelijk kwam de dag dat ik kon toegeven dat ik helemaal niet zo sterk was, dat ik het niet allemaal alleen kon.

Ik zie nu in dat iedereen liefde verdient -dus ik ook- niet om wat we doen, maar om wie we zijn.

Ik ontdekte dat ik mezelf al die tijd gepijnigd had met de idee ‘niemand nodig te (mogen) hebben’.

Die dag, was een dag van immens veel verdriet en tegelijkertijd bevrijdde het mijn kwetsbaarheid die al zolang in mij verstopt zat.